Als marketeer kom je steeds vaker in aanraking met de technische infrastructuur achter websites en e-mail. Je koppelt HubSpot aan een domein, zet een nieuwe landingspagina op een subdomein, configureert tracking of krijgt van een leverancier het verzoek om “even een CNAME toe te voegen”. Ook bij e-mailmarketing krijg je te maken met DNS wanneer je bijvoorbeeld een verzenddomein wilt koppelen.
Je hoeft daarvoor geen IT-specialist te worden. Maar het helpt enorm als je begrijpt wat je aanpast en welke gevolgen dat kan hebben. Een verkeerde DNS-wijziging kan er namelijk voor zorgen dat een website, subdomein of zelfs e-mail niet meer goed werkt.
Daarom beginnen we bij de basis: wat is een domein, wat doet DNS en waar staan je website en e-mail eigenlijk?
Neem bedrijf.nl. We noemen dit vaak onze website, maar technisch gezien is bedrijf.nl alleen de domeinnaam: het leesbare adres waarmee jouw organisatie op internet gevonden kan worden.
De website zelf staat ergens anders. Die draait op een webserver of hostingomgeving. Je e-mail kan ondertussen weer bij een compleet andere leverancier draaien.
Daar tussenin zit DNS. DNS staat voor Domain Name System en kun je zien als de bewegwijzering achter je domein. In DNS staan records die vertellen waar verschillende diensten te vinden zijn.
Je kunt het vereenvoudigd zo zien:
Domein = het adres
DNS = de bewegwijzering
Webhosting = waar je website draait
Mailhosting = waar je e-mail wordt verwerkt
Deze onderdelen werken samen, maar zijn technisch niet hetzelfde.
Stel dat een organisatie bedrijf.nl gebruikt. De hoofdwebsite kan bij een hostingprovider staan, de blog bij HubSpot en de e-mail bij Microsoft 365.
Technisch kan de situatie er dan zo uitzien:
www.bedrijf.nl → webhosting
blog.bedrijf.nl → HubSpot
portal.bedrijf.nl → klantportal
info@bedrijf.nl → Microsoft 365
Voor een klant hoort dit allemaal bij hetzelfde bedrijf. Achter de schermen kunnen het compleet verschillende systemen en leveranciers zijn.
DNS zorgt ervoor dat ieder onderdeel gevonden kan worden. In de DNS-zone van bedrijf.nl staan daarvoor verschillende records. Die vertellen bijvoorbeeld waar websiteverkeer heen moet, waar blog.bedrijf.nl te vinden is en welke mailservers e-mail voor @bedrijf.nl ontvangen.
Je website en e-mail staan dus niet in DNS. DNS vertelt andere systemen alleen waar ze te vinden zijn.
Ook DNS moet ergens worden beheerd. Hiervoor worden nameservers gebruikt. Zij maken de DNS-informatie van je domein beschikbaar.
Dit hoeft niet dezelfde partij te zijn waarbij je domeinnaam geregistreerd staat. Je kunt bijvoorbeeld je domein registreren bij provider A, DNS beheren via provider B, je website hosten bij provider C en Microsoft 365 gebruiken voor e-mail.
Dat onderscheid is als marketeer handig om te begrijpen. Wanneer iemand zegt “dit moet in het domein worden aangepast”, is de eerste vraag namelijk: wat moet er precies worden aangepast en waar wordt de DNS beheerd?
Een DNS-zone bevat verschillende soorten records. Ieder record heeft een andere functie. Als marketeer kom je vooral A-records, CNAME-records en MX-records regelmatig tegen.
| Begrip | Wat doet het? | Voorbeeld |
|---|---|---|
| A-record | Verwijst een hostname naar een IPv4-adres van een server. | bedrijf.nl → 192.0.2.10 |
| CNAME | Verwijst een hostname naar een andere hostname. | blog.bedrijf.nl → platform.example.com |
| MX-record | Geeft aan welke mailservers inkomende e-mail voor een domein ontvangen. | bedrijf.nl → Microsoft 365 |
Een A-record wordt bijvoorbeeld gebruikt om een domein naar het IP-adres van een webserver te laten verwijzen. Als iemand bedrijf.nl bezoekt, kan via DNS worden gevonden naar welke server de browser verbinding moet maken.
Een CNAME verwijst naar een andere hostname in plaats van rechtstreeks naar een IP-adres. Dit is het record dat je als marketeer waarschijnlijk het vaakst tegenkomt bij het koppelen van externe platforms. Wil je bijvoorbeeld blog.bedrijf.nl via HubSpot laten draaien, dan kan HubSpot vragen om daarvoor een CNAME toe te voegen. Je hoofdwebsite hoeft daardoor niet te verhuizen; alleen dat specifieke subdomein wordt gekoppeld aan HubSpot.
Een MX-record heeft een heel andere functie. MX staat voor Mail Exchange en bepaalt waar inkomende e-mail voor je domein moet worden afgeleverd. Gebruik je Microsoft 365 voor info@bedrijf.nl, dan verwijzen de MX-records van het domein naar de mailomgeving die deze berichten moet ontvangen.
Een subdomein is een uitbreiding van je hoofddomein. Bij blog.bedrijf.nl is bedrijf.nl het hoofddomein en blog het subdomein.
Je kunt bijvoorbeeld blog.bedrijf.nl, portal.bedrijf.nl, events.bedrijf.nl en shop.bedrijf.nl gebruiken. Via DNS kunnen deze subdomeinen ieder naar een andere technische omgeving verwijzen.
Dat is voor marketing interessant. Je hoofdwebsite kan bijvoorbeeld op het ene platform draaien, terwijl je landingspagina's, blog of klantportal op andere platformen staan. Voor bezoekers blijft alles herkenbaar onderdeel van hetzelfde domein.
Omdat veel marketingtools tegenwoordig niet meer losstaan van je technische infrastructuur. HubSpot vraagt je bijvoorbeeld om domeinen of subdomeinen te koppelen. Een marketing automation-platform kan DNS-records nodig hebben. Voor een campagne kan een nieuw subdomein worden aangemaakt en bij e-mailmarketing moet een verzenddomein worden geconfigureerd.
Als je begrijpt hoe domeinen en DNS werken, kun je veel beter beoordelen wat een leverancier van je vraagt. Je weet bijvoorbeeld dat een CNAME voor blog.bedrijf.nl iets anders is dan het A-record van je hoofdwebsite en dat een MX-record invloed heeft op inkomende e-mail.
Dat is belangrijk, want een DNS-wijziging kan direct gevolgen hebben. Een verkeerd A-record kan je website onbereikbaar maken, een verwijderde CNAME kan een gekoppeld platform uitschakelen en een verkeerd MX-record kan ervoor zorgen dat e-mail niet meer op de juiste plek wordt afgeleverd.
Verwijder of vervang daarom nooit zomaar een bestaand DNS-record omdat een marketingtool vraagt om een nieuw record toe te voegen. Controleer eerst wat het bestaande record doet.
| Begrip | Definitie |
|---|---|
| Domein | Het leesbare internetadres van een organisatie, bijvoorbeeld bedrijf.nl. |
| Registrar | De partij waarbij een domeinnaam is geregistreerd. |
| DNS | Het systeem waarmee wordt bepaald waar diensten van een domein te vinden zijn. |
| DNS-zone | De verzameling DNS-records van een domein. |
| Nameserver | Server die de DNS-informatie van een domein beschikbaar stelt. |
| Hosting | De infrastructuur waarop een website of applicatie draait. |
| Webserver | Het systeem dat websiteverzoeken verwerkt en de website beschikbaar stelt. |
| Mailserver | Het systeem dat e-mail verwerkt. |
| IP-adres | Het technische netwerkadres waarmee een systeem bereikbaar is. |
| Subdomein | Een uitbreiding van het hoofddomein, zoals blog.bedrijf.nl. |
| A-record | Verwijst een hostname naar een IPv4-adres. |
| CNAME | Verwijst een hostname naar een andere hostname. |
| MX-record | Geeft aan waar inkomende e-mail voor een domein moet worden afgeleverd. |
Als marketeer kom je in DNS waarschijnlijk ook SPF, DKIM en DMARC tegen. Vooral wanneer je platforms zoals HubSpot gebruikt om namens je organisatie e-mail te versturen.
Deze hebben weer een andere functie. Ze bepalen niet waar je website staat of waar inkomende e-mail moet worden afgeleverd, maar spelen een belangrijke rol bij e-mailauthenticatie.
Daarom behandelen we die apart. In de volgende blog kijken we naar SPF, DKIM en DMARC: hoe weet een mailserver of een e-mail daadwerkelijk namens jouw domein verstuurd mag worden?
Je hoeft als marketeer niet zelf de volledige DNS-infrastructuur van een organisatie te kunnen beheren. Maar als je websites, marketing automation, analytics en e-mailplatforms aan elkaar koppelt, is het wel belangrijk dat je begrijpt wat er technisch gebeurt.
Onthoud vooral:
Domein ≠ DNS ≠ webhosting ≠ mailhosting.
Je domein is het adres, DNS vertelt waar verschillende diensten te vinden zijn en je website en e-mail kunnen vervolgens op compleet verschillende systemen draaien.
Als je dat onderscheid begrijpt, wordt een technisch verzoek als “kun je even een CNAME toevoegen?” niet alleen minder mysterieus, je weet ook wanneer je beter eerst even bij IT kunt checken wat je precies aan het aanpassen bent.